Droom van een stad

Ik droom van een stad waarin mensen vrij kunnen leven,
discriminatie tot het verleden behoort, homo’s hand in hand
over straat kunnen gaan, mensen vrijelijk hun religieuze
symbolen kunnen dragen, mensen hun vrije mening kunnen
uiten zonder zich af te zetten tegen een ander.

Ik droom van een stad waarin niemand omkomt van een-
zaamheid, of verpietert in een verpleeghuis, niemand
‘ongewenst’ is verklaard of zonder dak boven het hoofd door
de straten zwerft.

Ik droom van een stad waarin de voedselbank niet meer
nodig is, omdat de mensen gewoon weer genoeg hebben om
hun kinderen te ten te geven, een stad waarin armoede iets
van vroeger is.

Ik droom van een stad waarin geen wachttijden zijn voor
noodzakelijke hulpverlening, waarin niet bezuinigd hoeft te
worden op thuiszorg of verpleeghuiszorg, of de begeleiding van
kwetsbare mensen.

Ik droom van een stad met een bestuur, dat met visie en elan
beleid maakt ter bescherming van wat kwetsbaar is in de stad,
en met burgers die hun verantwoordelijkheid nemen, door
in te stemmen en 4 jaar lang actief betrokken te blijven op het
bestuur van de stad.

Ik droom van een stad waarin op een feestelijke wijze de
“Raad voor de levensbeschouwing en religie” wordt opgeheven
omdat mensen van verschillende levensbeschouwingen en
religies gewend zijn geraakt om naar elkaars diepste motie-
ven te vragen en te zoeken naar wat hen samenbindt.

Ik droom van een stad waarin ook de kerk en de moskee niet
meer hoeven te zijn, omdat God en Allah gewoon hun plaats
hebben in het alledaagse bestaan van de mensen.

Ik droom……
…en als ik wakker ben, brengt die droom mij in beweging,
ben ik uitgerust en toegerust om, met mensen van allerlei
pluimage, die vergelijkbare dromen dromen, aan de slag te
gaan om de droom waar te maken.

Paul Oosterhoff